Spelbeschrijving
In deze oefening ligt het accent op het komen naar aanvalshelft met het team en scoren op het doel met keeper. Beide teams staan verspreid over het speelveld van 15 bij 10 meter, met voor ieder doel een vaste keeper. Ieder team start met een bal, waarbij het accent ligt op de bal afspelen, bal aannemen en samen scoren op het doel met keeper.
De oefening – Afbeelding 2
Beide teams starten met de bal. In het voorbeeld probeert team wit door te passen (1) en naar voren te bewegen na de pass (2) op aanvalshelft te komen (3) en te scoren op het doel met keeper (4). Het rode team doet hetzelfde en speelt de bal naar de aanvaller op aanvalshelft (1). De inlopende speler krijgt de bal aangespeeld (2) en scoort op het doel met keeper.
Heeft een team gescoord, dan sprinten ze terug naar het eigen doel, pakken daar een nieuwe bal en proberen het nogmaals op hetzelfde doel. Het doel van deze oefening is overzicht bewaren en in de chaos teamgenoten aan te spelen om zo samen te komen tot een score op het doel met keeper. In deze eerste variant mag het andere team de bal niet veroveren. Het gaat puur om het verplaatsen van de bal en samen naar aanvalshelft te komen om te scoren.









