Spelbeschrijving
In een speelveld van 10 bij 10 meter staan twee rijen met spelers opgesteld, team rood en team wit. Het accent in deze oefening ligt op het in scoringsgebied scoren op het doel met keeper (de coach).
De oefening – Afbeelding 2
De speler in het wit start het spel door in te dribbelen naar het doel (1). Eenmaal op haalbare afstand probeert de speler in het wit te scoren op het doel met keeper, de coach (2). Wanneer het gelukt is om te scoren krijgt hij de bal terug van de keeper, dribbelt om de pion (3) en sluit achteraan in dezelfde rij (4). Zodra de keeper de bal heeft gespeeld naar de speler in het wit mag de andere speler van team rood starten met een dribbel (5) om vervolgens ook te scoren op het doel (6). Zo blijft de oefening steeds doorlopen.
De trainer kan het moeilijker per individuele speler maken.









